Er was eens een spinnetje,
dat had een vriendinnetje.
Ze kropen naar hier,
ze kropen naar daar,
toen kropen ze weg…
ik weet niet waar!
In ons versje, worden onze handjes spinnetjes. Ze kruipen over onze benen heen en weer. Op het einde kiezen ze steeds een andere plaats om zich te verstoppen. De kleuters roepen dan waar de spinnetjes zich schuil houden…