Wij werkten met tabellen en grafieken.

We bekeken enkele ruimtelijke vormen: balk, kubus, bol, cilinder, piramide en kegel. We bespraken op welke platte vorm dit gelijkt en onderzochten ook de verschillen tussen elkaar, bv een bol kan langs alle kanten rollen en een cilinder kan maar naar voor en naar achter rollen, maar niet opzij. Daarna gingen we elk op zoek naar iets in de klas, dit mocht van alles zijn een blokje, een doos, een stuk fruit, … Wat je maar kon vinden. Na onze zoektocht mochten we zeggen welke ruimtelijke vorm het voorwerp had. Konden we dit niet meteen zeggen, dan toonden we het en zeiden we de kleur van deze vorm. De andere kleuters hielpen dan om het te benoemen. En natuurlijk moesten we dit op de juiste plaats op de tafel te plaatsen.

De volgende stap: het concreet materiaal verwerken in een tabel op papier. Juf had de vormen getekend en wij mochten onze stempel dan in de juiste kolom plaatsen. We telden daarna hoeveel kindjes er bij de ruimtelijke figuren waren.

De laatste stap: de tabel omvormen in een grafiek. De aantallen werden dan getoond met een bol op de grafiek. Op het einde verbonden we de bollen dan met elkaar om de lijn in de grafiek goed te zien!